Theatersport

Training Theatersport 4

Er was een gasttrainer, M. A was er niet in verband met een oudergesprek. A had geen stem, omdat ze nogal hard heeft gefeest het afgelopen weekend en ze was verkouden. A en M waren er niet. We gingen eerst een warming-up doen. We stonden eerst in de kring. Daarna moesten we ons verdelen in twee groepen. Vervolgens moesten we op een lange rij gaan staan. Je moest degene voor je om zijn buik vast pakken. Diegene moest dan de achterste van de rij proberen te tikken, wat erg makkelijk was. Ik had M vast en N mij. M heeft haar vestje kapot gemaakt, want er schoot een knoop los. Later maakten we met zijn allen een hele lange rij. Ik had toen M vast en J mij. Je werd van voren meegesleurd en van achteren struikelde ik bijna. Dat was een echt gevecht.

Het tweede was: ‘Laten we gaan…’ Bijvoorbeeld: ‘Laten we gaan vissen.’ Dan riep iedereen: ‘Ja, laten we gaan vissen!’ Dan deed je dat enthousiast mee, ook al vind je er niets aan. Na een tijdje moest alles daarmee te maken hebben met het strand. En wij, de spelers, mochten steeds dingen bedenken.

Bij het derde spel moesten we allemaal een stoel pakken en die kriskras neerzetten. Er ging één iemand staan. Diegene moest shuffelend naar zijn stoel terug. Wij moesten dan steeds van stoel wisselen, maakte niet uit wie, om diegene niet te laten zitten. Stond je als laatste, dan was je af. Je mocht onder geen beding overleggen. K stootte G nog van de stoel af, waardoor G viel.

We gingen in tweetallen een product inbrengen. Dit spel draaide om blokkeren en accepteren. Ik ging als eerste met M. Elke zin moest beginnen met: ‘Ja, maar…’ Blokkeren dus. Dat was erg lastig, want het ging over een te ruilen koelkast. Bij de tweede keer was ik met L. Toen moest elke zin beginnen met: ‘Ja, en…’ Dus je bedacht er steeds weer iets bij, accepteren dus. Het ging bij ons over een wasmachine.

We gingen in een hele lange rij staan. Er moest een iemand in zijn eentje vooraan staan. We gingen de rij af. Was je aan de beurt, dan moest je aan degene die alleen stond een bod doen, of je zei iets randoms. Diegene mocht met maar één reactie terug reageren, je mocht absoluut niet blokkeren.

Er stonden stoelen aan de zijkant. Er stond een stoel voor de rij stoelen. Daar moest iemand op gaan zitten. Je moest door middel van verleidingen en aanbod diegene proberen van zijn stoel af te krijgen. Diegene moest te allen tijde alles accepteren, maar mocht er een draai aangeven waarom het niet kon. Zei diegene: ‘Kom mee’, dan moest je toch meelopen. Je moest toch proberen op de stoel te blijven zitten.

We gingen eindelijk spelen. Er moesten drie spelers gaan staan. Er moest in de hele scene altijd eentje zitten, eentje staan en eentje liggen. Je moest dus steeds opletten wie er ging zitten, staan of liggen. Je vroeg de locatie aan het publiek. J, N en ik waren in het café. J ging meteen liggen. Ik begon met: ‘Ben je nu al ladderzat?’ De anderen moesten lachen. Ik bedacht een spookhuis voor W, J en G.

Het volgende spel was met vier spelers. Je vroeg om een onbestaande sport. Het is namelijk de WK finale in slow motion, een bekend spel van de lama’s. Daar kende ik het dus van. Er was een interviewer, een expert op dat sportgebied en twee finalisten, die dus alles in slow motion deden. Mijn scene was speerkoppen. Ik moest tegen I terwijl W de expert was en werd geïnterviewd door N. Ik dacht dat we speren moesten koppen, maar I deed net of ze een speer had, op haar hoofd. Dus dat was wel even een wending. Na een lange slow motion wedstrijd, waarbij we elkaar zogenaamd steeds raakten en waarbij I drie keer op de grond viel, alsof, won ik. We vielen op het laatst samen, waarnaar ik opstond. Ik moest steeds mijn been omhoog doen om te winnen. Dat zei W, de expert. Vooraf begon hij al met: ‘Ze is net drie jaar bezig, maar nu al een professional. Ze heeft een lichte voorsprong door haar jonge leeftijd.’ En doordat ik jong was, ging mijn been soepel omhoog voor extra punten, haha. I schudde me de hand toen ik ‘gewonnen’ had. Ik bedacht voor J, M, A en G zwemmend schoonmaken. J vroeg nog aan me wie N was en of de blondine A was. Ze zei: ‘Ja, moet er even weer inkomen met de namen. We hebben elkaar vorige week niet gezien.’ Dus hielp ik haar even met de namen.

Het laatste spel was Tel Sell. Je weet wel, verkopen via de televisie. Er begonnen twee spelers, beiden Bob. Het publiek bedacht een niet bestaand huishoudelijk artikel. Het werd de verwarminglikker. Elke zin begint met: ‘Dat klopt Bob’, waarnaar er weer iets extra’s werd toegevoegd. Daarbij bedachten M en J, de Bobs, wie erbij kwamen en wie van de anderen dat ging spelen. Ik werd een verwarming bodywarmer, voor de warmte. Dat was heel bijzonder. M, K en G werden de likkers. A was de fabrikant en I de uitvindster. N maakte radiogeluiden en uiteindelijk kon je het voor vier tientjes kopen bij http://www.uitvinderijenvanbob.nl. Een grappige afsluiting, al zeg ik het zelf.

Ik merkte wel dat het leuker was met die gasttrainer. Zelf persoonlijk heb ik het niet zo op A, dus dat is denk ik de reden dat het iets leuker was. Maar goed, we zullen zien of volgende week ook zo leuk wordt.

Liefs,

Creabeaatje34

17 gedachten over “Training Theatersport 4

Een reactie plaatsen

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s