Theatre sports

Training Theatersport 2

Ik vond deze training minder leuk dan de eerste, maar we hebben ook dit keer veel spellen gedaan. L, het meisje van mijn oude middelbareschool, liep op krukken. Ze had last van haar heup. I was mijn naam vergeten. Ze dacht dat er een A in voorkwam. N hielp haar met mijn naam. Hij wist hem namelijk nog wel, haha. N besloot niet mee te doen. Hij zei dat hij spanningen had en daarom besloten had om dit keer gewoon te kijken. Oké, ik snapte er niet veel van, maar ik vond het wel dapper dat hij dat zo midden in de groep aangaf. N en G waren deze les afwezig.

We deden eerst weer een voorstelrondje. Je moest weer met je voorletter iets bedenken. Ik had: ‘Denkende…’ Er was ook een nieuwe vrouw, A. Zij was er vorige week niet, maar deed deze keer wel mee. Het eerste spel was krantenmeppertje. Dat kennen jullie vast wel. Je staat in een kring en moet dan degene waarvan de naam wordt genoemd meppen met de krant. We moesten elkaar de tijd gunnen om een nieuwe naam op te zoeken, maar ik dacht: ‘Ja, en dan te laat antwoorden zeker.’ Dus ik had al vrij snel elke keer een nieuwe naam in mijn hoofd. Ik hoefde gelukkig geen een keer te meppen, yeey!

Daarna deden we Ha Chi Bah. We waren  ninja’s met grote zwaarden. We moesten bij de Ha onze armen omhoog doen. Onze buren moesten ons doorhakken met de Chi. Dan gaf je het door aan een ander via de Bah. We moesten er een tempo inkrijgen. Toen gingen we met elkaar cijfers maken. Dus, met de personen moest je zo gaan staan dat je het cijfer eruit kon herkennen. We zaten dit keer in een klein klaslokaaltje, dus veel ruimte hadden we niet.

Daarna gingen we dingen uitbeelden op de grond. We hadden ridder op paard. Het paard ging op de grond op handen en knieën en de ridder ging er dan half boven staan. Niet mijn lievelingsspel, maar goed. Het ging om wie het snelste was, dus ja… maar het is niet fijn, om boven iedereen te staan en iedereen boven je te krijgen. Voelt best een beetje vreemd. We hadden ook de koning en koningin. Dan ging de koningin op de knie van de koning zitten en moesten ze wuiven. Ook was er een prins en een prinses. De prinses moest dan haar beentje omhoog doen en de prins deed een handje. Ook kwam Joris en de draak voorbij en een koning of prins op het paard.

Het thema van training twee was wie, wat, waar. We speelden eerst met wie. Je verdiepte je in een personage en ging bij iemand aanbellen. Ik deed net alsof ik langs kwam om te controleren voor openstaande boetes. K blokkeerde mijn keuze. Dat mocht niet. Dus ja, dat was wel even jammer. Ook gingen ze deurtje bellen bij mij, K en M. Ik deed niet open. Ze noemden me, laat maar, en belden weer aan. Toen gooiden ze een baksteen. Blij dat het nep was. Ik moest toen weer. Want degene waar je aanbelde moest met jou ruilen. Ik belde aan bij A en vroeg of ze mijn kat had gezien. Als tweede speelden we wat. We moesten zonder te praten elkaar een cadeau doorgeven. Die pakte je dan uit. Er kwam een voorwerp uit die je ging gebruiken. Daarna stopte je het terug en gaf je het door. De volgende bedacht dan weer een nieuw voorwerp. Ik deed nagellak en een schilderset. En als laatste waar. Iemand riep een locatie. Daar moesten we dan allemaal handelingen bij doen. Het ‘publiek’ moest echt kunnen herkennen waar je was. Ik zei als invoeging: achtbaan. Dat was leuk, want we deden met z’n allen een grote achtbaan na, haha.

In het volgende spel gingen we ze alle drie gebruiken. Je moest met z’n tweeën een houding aannemen. Vanuit die houding bedenk je een scene. Tijdens de scene wordt duidelijk wie je bent, waar je bent en wat je aan het doen bent. Daarna klapte iemand in zijn handen en werden de houdingen overgenomen als inspiratie voor de volgende scene. Ik had echt geen inspiratie voor dat spel, want de houdingen waren nou niet bepaald normaal of alledaags, haha. Verzin daar maar eens een scene voor. Daarna ging je in viertallen wie, waar, wat spelen. De eerste bracht een wie in. De tweede bedacht dan waar die was. En de derde sloot af met wat diegene aan het doen is. Dan bedenkt de vierde weer een wie en gaat het zo door. We moesten twee keer wisselen.

We gingen eindelijk improviseren. Het heette: De survival. Ik besloot meteen mee te doen. Je begon met vier spelers. Je speelde een scene en moest goed luisteren en kijken naar je medespelers. Daarna, door middel van een ‘applausmeter’ werd er besloten wie er weg moest, dat was I. De andere drie moesten alle vier de personages vormgeven. Daarna ging er weer eentje weg, dat was M. Toen moesten M en ik alle vier de personages vormgeven. Hierna mochten ze klappen voor wie ze nog een keer wilden zien. Gelukkig mocht ik eruit. M moest alle vier de personages in haar eentje oplossen. Onze locatie was in het toilethok. Het was niet mijn lievelingsspel, kan ik je wel vertellen.

We gingen nog één spel spelen. Er moesten drie acteurs gaan staan. Je vroeg aan het ‘publiek’ om een locatie en ging daar spelen. De eerste acteur komt op en krijgt even de tijd om zijn handeling, in pure stilte, uit te voeren. Daarna komt de tweede acteur, die ook een handeling doet. Daarna komt de derde, die ook een handeling doet. Na de twee minuten stilte wordt de eerste zin uitgesproken. Vanaf daar gaat de scene met tekst verder. Wij hadden: een psychiatrische inrichting. M deed dan iemand na met een psychische stoornis. A was zijn begeleidster en ik bracht zijn eten. Ze zei tegen mij: ‘Heb je zijn pilletje meegenomen?’ Ik schudde mijn hoofd. ‘We moeten echt vragen om een overplaatsing. Meneer Jansen is niet meer te handhaven hier.’ Ze deed zijn deur op slot en hij schopte wat stoelen ondersteboven. Ik belde zogenaamd naar een bedrijf en vroeg om overplaatsing. ‘Morgenmiddag wordt hij opgehaald.’ Toen was de scene klaar. Ik moet eerlijk bekennen dat ik de locatie niet zo leuk vond. Ja, het is toch een beetje naar om aan zoiets te denken. Maar ja, je moet dan je publiek bedanken en in die scene gaan spelen.

Ik ben zeer benieuwd of training drie ietsje leuker wordt.

Liefs,

Featured image

8 thoughts on “Training Theatersport 2

    1. Haha ja, daar leerde ik het ook. Ik vind het vooral irritant om in het midden te staan. Je moet dan rennen als een gek en negen van de tien keer zonder geluk 😉

      Like

Een reactie plaatsen

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s